De edities 2016-2017 van de compendia zijn te verkrijgen in het kader van een abonnement of separaat in de e-shop van WOLTERS KLUWER waar u alle gegevens vindt en de inhoudsopgave kunt raadplegen.
Klik hier om het Sociaal Compendium Arbeidsrecht te bestellen.
Klik hier om het Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht te bestellen.

  Le Compendium Social - Droit du travail existe également en
version française. Cliquez ici pour plus d'informations.

Onderstaande tekst uit het Sociaal Compendium sluit aan bij nr. 12 - 2017 van SoCompact, het e-zine van het advocatenkantoor Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse, dat de actualia van het sociaal recht spits duidt.

disclaimer

 

Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht - Corpus - Socialezekerheidsprestaties voor werknemers - Werkloosheidsverzekering - Activering werkloosheidsuitkeringen

 

§ 4. WERKLOZEN TEWERKGESTELD IN HET KADER VAN HET PLAN ACTIVA

 

Artikel 7 § 1 derde lid m en § 1bis van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders

 

KB 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden (KB 19 december 2001)

 

A. Algemeen

 

13108 De werknemer in dienst genomen in het kader van het Plan Activa door een werkgever op wie de RSZ-wet van toepassing is, is, onder bepaalde voorwaarden, gerechtigd op een werkuitkering. Dit is een vorm van “activering van de werkloosheidsuitkering”.

 

Niet enkel een indienstneming komt in aanmerking maar ook de verderzetting van een tewerkstelling indien deze plaatsvindt na afloop van een periode van tewerkstelling in toepassing van artikel 60 § 7 van de Ocmw-wet, in een erkende arbeidspost of in een doorstromingsprogramma, of na afloop van een periode van deeltijds onderwijs tijdens de deeltijdse leerplicht of een periode van alternerende tewerkstelling en opleiding.

 

Voor de personeelsleden van een plaatselijk bestuur die vóór 1 april 2015 in dienst zijn getreden als gesubsidieerde contractuelen tewerkgesteld op basis van een contingentovereenkomst tussen het Vlaams gewest en het plaatselijk bestuur, kan het plaatselijk bestuur of de daarmee juridisch of economisch verbonden entiteit de hier vermelde werkuitkering niet krijgen (art. 12 BVR van 27 februari 2015 houdende regularisatie van de gesubsidieerde contractuelen die zijn tewerkgesteld met een contingentovereenkomst als vermeld in artikel 1, 12°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen). Hetzelfde geldt voor de personeelsleden van bepaalde werkgevers die voor de datum van inwerkingtreding van het hierna vermelde besluit in dienst zijn getreden als gesubsidieerde contractuelen en voor wie de betrokken werkgever in kader van de regularisatie of beëindiging van de tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen (zie Sociaal Compendium Arbeidsrecht 2016-2017, nr. 596) een subsidie heeft gekregen (zie art. 4 BVR 18 december 2015 tot regularisatie en uitdoving van arbeidsplaatsen van gesubsidieerde contractuelen die zijn tewerkgesteld met een overeenkomst als vermeld in artikel 1, 12°, 14°, 15° en 36°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen, en artikel 1, 13°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen).

 

Let op! Sinds de zesde staatshervorming behoort het doelgroepenbeleid tot de bevoegdheid van de gewesten. De activering van de werkloosheidsuitkeringen is een onderdeel van het doelgroepenbeleid (zie nr. 10070) De Vlaamse regering wil het doelgroepenbeleid beperken tot 3 doelgroepen (oudere werknemers, jonge werknemers en personen met een arbeidshandicap). De basis voor die hervorming is gelegd door het decreet van het Vlaams parlement van 4 maart 2016 houdende het Vlaamse doelgroepenbeleid. Het decreet machtigt de Vlaamse regering om het Activaplan op te heffen (art. 27 Decr.Vl. 4 maart 2016). De datum van inwerkingtreding van het decreet moest op de afsluitdatum van deze editie van het compendium wel nog worden bepaald.

 

B. De werkuitkering

 

TOEKENNINGSVOORWAARDEN EN FORMALITEITEN

 

13109 De werkuitkering wordt slechts toegekend, voorzover de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn:

-       de aangeworven werknemer is uitkeringsgerechtigde volledig werkloze op het ogenblik van de indienstneming;

 

Onder uitkeringsgerechtigde volledig werkloze wordt verstaan:

-   de volledige werkloze die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt als voltijdse werknemer;

-   de volledige werkloze die werkloosheidsuitkeringen ontvangt als vrijwillig deeltijdse werknemer;

-   de werknemer tewerkgesteld in een doorstromingsprogramma (zie nr.13097);

-   de werkzoekende met een verminderde arbeidsgeschiktheid, zijnde:

- de niet-werkende werkzoekende die voldoet aan de medische voorwaarden om recht te hebben op een inkomensvervangende of een integratietegemoetkoming;

- de niet werkende werkzoekende die als doelgroepwerknemer tewerkgesteld was bij een werkgever die valt onder het toepassingsgebied van het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen;

- de niet werkende werkzoekende gehandicapte die het recht op verhoogde kinderbijslag opent op basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66%;

- de niet werkende werkzoekende die in het bezit is van een attest afgeleverd door de Algemene Directie Personen met een Handicap van de FOD Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en fiscale voordelen.

- de werkzoekenden waarvan het recht op uitkeringen wegens langdurige werkloosheid geschorst werd (zie nrs. 12854 e.v.);

- de werkzoekenden die zich wensen in te schakelen of terug in te schakelen op de arbeidsmarkt en het bewijs leveren dat zij gedurende hun beroepsloopbaan ten minste 624 arbeidsdagen of daaraan gelijkgestelde dagen gepresteerd hebben;

- de werkzoekenden die een zelfstandige activiteit hebben uitgeoefend en stopgezet in de loop van de maand van de indienstneming of de 24 kalendermaanden daaraan voorafgaand;

- de werkzoekenden jonger dan 25 jaar die niet meer schoolplichtig zijn en die niet één van de studies beëindigd hebben bedoeld in de nrs. 12549-12558.

 

- de aangeworven werknemer is werkzoekende op de dag van de indienstneming;

 

Onder werkzoekende wordt verstaan, de niet-werkende werknemer die als werkzoekende is ingeschreven bij de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling. De volledig werkloze die uitkeringen ontvangt als voltijdse of vrijwillig deeltijdse werknemer, wordt in elk geval als werkzoekende beschouwd.

 

- de aangeworven werknemer is tijdens de maand van indienstneming en een aantal maanden daaraan voorafgaand gedurende een zekere periode werkzoekende geweest;

 

De volgende periodes worden gelijkgesteld met een periode van werkzoekend zijn:

- de periodes, gelegen tijdens een periode van inschrijving als werkzoekende of tijdens een periode van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid (zie nr. 13108), die aanleiding hebben gegeven tot betaling van een wettelijke ziekte- of moederschapsuitkering;

- de periodes van gevangenzetting tijdens een periode van inschrijving als werkzoekende of een periode van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid (zie nr. 13108);

- de periodes van tewerkstelling in de programma’s voor wedertewerkstelling van de niet- werkende werkzoekenden bedoeld in artikel 6 § 1 IX 2° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;

- de periodes van tewerkstelling in toepassing van invoeginterim, overeenkomstig de artikelen 194 en 195 van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen;

- de periodes van tewerkstelling in toepassing van artikel 60 § 7 van de Ocmw-wet;

- de periodes van deeltijds onderwijs in het kader van de deeltijdse leerplicht;

- de periodes van alternerende tewerkstelling en opleiding;

- de periodes van opleiding of tewerkstelling in projecten betreffende de partnershipovereenkomsten gesloten en gesubsidieerd door ACTIRIS (voorheen de BGDA) voor zover de werknemer geen getuigschrift of diploma heeft van het hoger middelbaar onderwijs;

- de periodes van tewerkstelling als moeilijk te plaatsen werkzoekende in de sociale inschakelingseconomie behalve indien tijdens deze tewerkstelling de voordelen van dit besluit reeds toegekend werden.

 

Onder “een tewerkstelling in de sociale inschakelingseconomie” wordt verstaan, een tewerkstelling bij een werkgever bedoeld in nr. 13104.

 

Onder “moeilijk te plaatsen werkzoekenden” wordt verstaan, de werkzoekenden die geen diploma of getuigschrift hebben van het hoger middelbaar onderwijs en gedurende de laatste 12 maanden geen onderwijs met volledig leerplan genoten hebben.


- de periodes van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid (beperkt tot de eerste 4 situaties bedoeld in het eerste gedachtestreepje);

- de periodes van gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie en de periodes van toekenning van financiële maatschappelijke hulp aan personen van vreemde nationaliteit, ingeschreven in het vreemdelingenregister, die omwille van hun nationaliteit geen aanspraak kunnen maken op het recht op maatschappelijke integratie;

- de periodes waarin het voordeel van het win-winplan effectief is toegekend, voor zover de periode waarin dat voordeel werd toegekend, een einde heeft genomen binnen een periode van 3 maanden, gerekend van datum tot datum, vóór de datum van de indiening van de aanvraag om de werkkaart.

 

- de werkgever neemt de werkzoekende in dienst tijdens de geldigheidsduur van een werkkaart (zie nr. 10755);

 

De werkzoekende die op het tijdstip van de aanvraag van de werkkaart voldoet aan de voorwaarden voor het genieten van een werkuitkering, wordt gelijkgesteld met een werkzoekende die deze voorwaarden vervult op het tijdstip van de indienstneming.

 

- de werknemer dient bij de aanvang van zijn tewerkstelling een uitkeringsaanvraag in via zijn uitbetalingsinstelling tezamen met een exemplaar van de arbeidsovereenkomst;

 

Het dossier dat de aanvraag om de werkuitkering bevat, moet toekomen op het werkloosheidsbureau binnen een termijn van 4 maanden volgend op de maand waarin de tewerkstelling een aanvang neemt. In geval van laattijdige ontvangst van het volledige dossier mag de werkgever, voor de periode die voorafgaat aan de maand waarin de laattijdige ontvangst gesitueerd is, de werkuitkering niet in mindering brengen van het door hem te betalen nettoloon.

 

Een werknemer moet geen nieuwe uitkeringsaanvraag indienen indien hij gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet:

- de indienstneming is gesitueerd tijdens de geldigheidsperiode van een werkkaart;

- de werknemer werd tijdens de geldigheidsperiode van de werkkaart reeds in dienst genomen door dezelfde werkgever en heeft naar aanleiding van deze indienstneming een uitkeringsaanvraag ingediend.

 

Zie ook nr. 13150.

 

- de arbeidsovereenkomst bevat bepalingen waaruit blijkt dat de werknemer overeenkomstig de werkkaart, afgeleverd door het werkloosheidsbureau van de RVA, in aanmerking komt voor de toekenning van een werkuitkering en dat het door de werkgever te betalen nettoloon bekomen wordt door de werkuitkering in mindering te brengen van het nettoloon voor de beschouwde maand;

- de werkgever verbindt er zich toe:

- het werkloosheidsbureau in kennis te stellen van een arbeidsongeval dat de werknemer overkomt;

- in geval van terugbetaling door de arbeidsongevallenverzekeraar aan de RVA een betaling te verrichten gelijk aan het resultaat van de formule: AXBXC/D, waarbij: A gelijk is aan 0,9; B gelijk is aan de uitkering betaald voor de beschouwde maand; C gelijk is aan het belastbaar bedrag van het loon voor de periode van arbeidsongeschiktheid in de beschouwde maand, D gelijk is aan het belastbaar bedrag van het loon voor de beschouwde maand.

 

De werknemer die aanspraak maakt op de werkuitkering wordt voor de toepassing van een aantal bepalingen van het Werkloosheidsbesluit gelijkgesteld met een werknemer die aanspraak maakt op de integratie-uitkering (art. 15 § 1 lid 3 KB 19 december 2001).

 

TOEKENNINGSDUUR

 

13110 De termijn gedurende dewelke de hier bedoelde werkzoekende van een werkuitkering kan genieten, is afhankelijk van de leeftijd van de werkzoekende op de dag van de indienstneming en het aantal dagen gedurende dewelke de werknemer werkzoekende is geweest in de loop van de maand van indienstneming en de daaraan voorafgaande periode.

 

De werknemer die jonger dan 25 jaar is op de dag van de indienstneming geniet een werkuitkering gedurende de maand van indienstneming en de 15 daarop volgende maanden, indien hij werkzoekende is geweest gedurende minstens 312 dagen, gerekend in het zesdagenstelsel, in de loop van de maand van indienstneming en de 18 kalendermaanden daaraan voorafgaand.

 

De werknemer die jonger dan 30 jaar is op de dag van de indienstneming geniet een werkuitkering gedurende de maand van indienstneming en de 35 daarop volgende maanden, indien hij:

- werkzoekende is geweest gedurende minstens 156 dagen, gerekend in het zesdagenstelsel, in de loop van de maand van indienstneming en de 9 kalendermaanden daaraan voorafgaand;

- geen diploma of getuigschrift van het hoger secundair onderwijs bezit.

 

De werknemer die minder dan 45 jaar oud is op de dag van de indienstneming geniet een werkuitkering:

- gedurende de maand van indienstneming en de 15 daaropvolgende maanden indien de werknemer in de loop van de maand van de indienstneming en de 36 kalendermaanden daaraan voorafgaand werkzoekende is geweest gedurende ten minste 624 dagen, gerekend in het zesdaagse stelsel;

- gedurende de maand van indienstneming en de 23 daaropvolgende maanden indien de werknemer in de loop van de maand van indienstneming en de 54 kalendermaanden daaraan voorafgaand werkzoekende is geweest gedurende minstens 936 dagen gerekend in het zesdaagse stelsel;

- gedurende de maand van indienstneming en de 29 daaropvolgende maanden indien de werknemer in de loop van de maand van indienstneming en de 90 kalendermaanden daaraan voorafgaand werkzoekende is geweest gedurende minstens 1.560 dagen gerekend in het zesdaagse stelsel;

- gedurende de maand van indienstneming en de 35 daarop volgende maanden voor zover de aangeworven werknemer:

- op de dag van de indienstneming een werkzoekende met een verminderde arbeidsgeschiktheid (zie nr. 13109) of een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens 33% is;

- op de dag van de indienstneming niet meer leerplichtig is en evenmin studies in dagonderwijs volgt.

 

De werknemer die minstens 45 jaar oud is op de dag van de indienstneming geniet een werkuitkering:

- gedurende de maand van de indienstneming en de 29 daaropvolgende maanden indien de werknemer in de loop van de maand van de indienstneming en de 27 kalendermaanden daaraan voorafgaand werkzoekende is geweest gedurende minstens 468 dagen gerekend in het zesdaagse stelsel.

- gedurende de maand van indienstneming en de 35 daarop volgende maanden voor zover de aangeworven werknemer op de dag van de indienstneming een werkzoekende met een verminderde arbeidsgeschiktheid (zie nr. 13109) of een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens 33% is.

 

Wanneer de werkgever reeds van de voordelen van dit plan heeft genoten voor een werknemer en hij deze terug in dienst neemt binnen een periode van 30 maanden na de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst worden voor de duur van de toekenning van de werkuitkering deze tewerkstellingen als één tewerkstelling beschouwd. De periode gelegen tussen de arbeidsovereenkomsten verlengt de periode tijdens dewelke de voormelde voordelen worden toegekend, niet. Telkens wanneer dezelfde werkgever dezelfde werknemer in dienst neemt wiens recht op de werkuitkering volledig is uitgedoofd door toepassing van die regel, begint een nieuwe periode van 30 maanden te lopen gedurende dewelke de werknemer geen recht op werkuitkering kan doen gelden in het kader van een tewerkstelling bij die werkgever.

 

Indien de werknemer één of meerdere voorwaarden voor de toekenning van een werkuitkering in het kader van het Plan Activa slechts kan vervullen door toepassing te maken van de bepaling die de periodes waarin het voordeel van het win-winplan effectief is toegekend, gelijkstelt met een periode van werkzoekend zijn, wordt het maximum aantal kalendermaanden waarvoor de werkuitkering in het kader van het Plan Activa kan worden toegekend in het kader van een tewerkstelling bij een werkgever voor wie de werknemer voordien het voordeel van het win-winplan niet heeft genoten, verminderd met:

 

- 18 kalendermaanden indien de eerste tewerkstelling waarvoor het voordeel van het win-winplan effectief is toegekend, een aanvang heeft genomen in 2010;

- 12 kalendermaanden indien de eerste tewerkstelling waarvoor het voordeel van het win-winplan effectief is toegekend, een aanvang heeft genomen in 2011.

 

UITGESLOTEN WERKNEMERS

 

13111 Komen niet in aanmerking voor de toekenning van een werkuitkering:

- de werknemers die worden aangeworven vanaf het ogenblik dat zij zich in een statutaire toestand bevinden;

- de werknemers die worden aangeworven als leden van het academisch en wetenschappelijk personeel door de instellingen van Calibriitair onderwijs of als leden van het onderwijzend personeel in de andere onderwijsinstellingen;

- de werknemers die worden aangeworven door het Rijk, de Gemeenschappen en Gewesten, de Gemeenschapscommissies, de instellingen van openbaar nut en de openbare instellingen die vallen onder het toezicht van de hierboven genoemde overheidsinstellingen, met uitzondering van de openbare kredietinstellingen, de autonome overheidsbedrijven, de openbare maatschappijen voor personenvervoer, de openbare instellingen voor het personeel dat zij als uitzendkrachten aanwerven om het ter beschikking te stellen van gebruikers met het oog op het uitvoeren van een tijdelijke arbeid, de onderwijsinstellingen voor de werknemers die niet onder statuut worden aangeworven, noch als leden van het academisch, wetenschappelijk of onderwijzend personeel en de werknemers die worden aangeworven in een doorstromingsprogramma;

- de werknemer waarvan werd vastgesteld dat hij werd aangenomen ter vervanging en in een zelfde functie van een ontslagen werknemer met als hoofdzakelijk doel de voordelen van dit plan te bekomen;

- de werknemer waarvan werd vastgesteld dat hij in de periode van 6 maanden voorafgaand aan het tijdstip van de indiensttreding, reeds in dienst was van dezelfde werkgever of van de groep waartoe de werkgever behoort (behalve indien hij tijdens deze tewerkstelling reeds voldeed aan de voorwaarden om van de werkuitkering te kunnen genieten in welk geval deze tewerkstellingen als één tewerkstelling worden beschouwd), tenzij de werkgever aantoont dat het ontslag en de wederindienstname niet als hoofdzakelijk doel hebben de voordelen van dit plan te bekomen;

- de werknemer die door dezelfde werkgever terug in dienst genomen wordt binnen een periode van 12 maanden na de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst die gesloten was voor onbepaalde duur, wanneer de werkgever voor deze werknemer en deze tewerkstelling genoten heeft van het voordeelbanenplan (zie nr. 10846) (uitzondering voor een doorstromingsprogramma).

 

BEDRAG WERKUITKERING

 

13112 (zie nr. 13027)

 

POSITIE IN DE WERKLOOSHEIDSVERZEKERING (art. 78sexies KB)

 

13113 De werkuitkering wordt niet als een uitkering beschouwd voor de toepassing van de regels i.v.m.:

- de gelijkgestelde dagen die in aanmerking komen voor de wachttijd (zie nr. 12590);

- de duur van de werkloosheid om in aanmerking te komen voor PWA-activiteiten (zie nr. 12834);

- de vrijstelling van de wachttijd (zie nr. 12601);

- de langdurige werkloosheid (zie nr. 12854);

- de vrijstelling van bepaalde toekenningsvoorwaarden voor oudere werklozen, het volgen van een opleiding tot zelfstandige (zie nr. 12897), het doen van studies met een volledig leerplan (zie nr. 12900) en het vrijwillig verrichten van onbezoldigde arbeid in het buitenland (zie nr. 12925).

 

De werkuitkering wordt geacht integraal deel uit te maken van de bezoldiging voor de toepassing van alle regels waarbij rekening wordt gehouden met de bezoldiging van de werknemer.

 

C. Vrijstelling van toekenningsvoorwaarden

 

13114 De werknemer wordt gedurende de duur van het contract vrijgesteld van de volgende toekenningsvoorwaarden: onvrijwillig zonder arbeid en zonder loon, beschikbaar voor de arbeidsmarkt en arbeidsgeschikt zijn, geen studies verrichten en zich aan de werklozencontrole onderwerpen.

 

Die vrijstelling doet evenwel geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit het statuut van deeltijdse werknemer, die eveneens een inkomensgarantie-uitkering geniet of het statuut van tijdelijk werkloze indien de werknemer uitkeringen ontvangt voor de uren van tijdelijke werkloosheid.