De edities 2016-2017 van de compendia zijn te verkrijgen in het kader van een abonnement of separaat in de e-shop van WOLTERS KLUWER waar u alle gegevens vindt en de inhoudsopgave kunt raadplegen.
Klik hier om het Sociaal Compendium Arbeidsrecht te bestellen.
Klik hier om het Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht te bestellen.

  Le Compendium Social - Droit du travail existe également en
version française. Cliquez ici pour plus d'informations.

Onderstaande tekst uit het Sociaal Compendium sluit aan bij nr. 6 - 2017 van SoCompact, het e-zine van het advocatenkantoor Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse, dat de actualia van het sociaal recht spits duidt.

disclaimer

 

Sociaal Compendium socialezekerheidsrecht - Corpus - Personeel toepassingsgebied, administratieve organisatie en financiering van de sociale zekerheid voor werknemers - Toepassingsgebied, verplichtingen en bijdrageregeling in het algemeen - Bijdragen op het loon - Bijdrageverminderingen



F. Doelgroepvermindering voor eerste aanwervingen

Artikelen 342-345 van de programmawet (I) van 24 december 2002 (W)

Artikelen 15-16 van het KB van 16 mei 2003 tot uitvoering van het hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de socialezekerheidsbijdragen (KB)

1. Werkgevers die van de doelgroepvermindering kunnen genieten

 

10767 Algemeen (art. 342 W en art. 15 KB)

De werkgevers van de privésector die werknemers tewerkstellen die onderworpen zijn aan de RSZ-wet kunnen genieten van de doelgroepvermindering voor eerste aanwervingen, voor zover zij kunnen worden beschouwd als nieuwe werkgever, voor eerste aanwervingen van werknemers, en met name voor maximaal  zes werknemers.

 

10768 Nieuwe werkgever (art. 343 W)

Als nieuwe werkgever van een eerste werknemer wordt beschouwd, een werkgever die nooit onderworpen is geweest aan de RSZ-wet voor de tewerkstelling van werknemers, andere dan leerlingen, dienstboden, deeltijds leerplichtigen en gelegenheidsarbeiders uit het tuin- en landbouwbedrijf, of die, sedert ten minste vier  opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van indienstneming voorafgaan, niet meer onderworpen was aan de RSZ-wet.

Als nieuwe werkgever van een tweede werknemer wordt beschouwd, een werkgever die sedert ten minste vier  opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van indienstneming van een tweede werknemer voorafgaan, niet onderworpen is geweest aan de RSZ-wet voor de tewerkstelling van meer dan één werknemer, andere dan leerlingen, dienstboden, deeltijds leerplichtigen en gelegenheidsarbeiders uit het tuin- en landbouwbedrijf.

Als nieuwe werkgever van een derde werknemer wordt beschouwd, een werkgever die sedert ten minste vier opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van indienstneming van een derde werknemer voorafgaan, niet onderworpen is geweest aan de RSZ-wet voor de tewerkstelling van meer dan twee werknemers, andere dan leerlingen, dienstboden, deeltijds leerplichtigen en gelegenheidsarbeiders uit het tuin- en landbouwbedrijf.

Als nieuwe werkgever van een vierde werknemer wordt beschouwd, een werkgever die sedert ten minste vier opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van indienstneming van een vierde werknemer voorafgaan, niet onderworpen is geweest aan de RSZ-wet voor de tewerkstelling van meer dan drie werknemers, andere dan leerlingen, dienstboden, deeltijds leerplichtigen en gelegenheidsarbeiders uit het tuin- en landbouwbedrijf.

Als nieuwe werkgever van een vijfde werknemer wordt beschouwd, een werkgever die sedert ten minste vier opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van indienstneming van een vijfde werknemer voorafgaan, niet onderworpen is geweest aan de RSZ-wet voor de tewerkstelling van meer dan vier werknemers, andere dan leerlingen, dienstboden, deeltijds leerplichtigen en gelegenheidsarbeiders uit het tuin- en landbouwbedrijf.

Als nieuwe werkgever van een zesde werknemer wordt beschouwd, een werkgever die sedert ten minste vier opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van indienstneming van een zesde werknemer voorafgaan, niet onderworpen is geweest aan de RSZ-wet voor de tewerkstelling van meer dan vijf werknemers, andere dan leerlingen, dienstboden, deeltijds leerplichtigen en gelegenheidsarbeiders uit het tuin- en landbouwbedrijf.

Wordt verstaan onder (art. 1, 9° - 11° KB):

– leerling: de leerling of de stagiair verbonden met een overeenkomst zoals gedefinieerd in artikel 27, eerste lid, 3° van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid (leerovereenkomst, stageovereenkomst, overeenkomst voor socioprofessionele inschakeling, beroepsinlevingsovereenkomst);

– dienstbode: de werknemer die krachtens een arbeidsovereenkomst voor dienstboden, hoofdzakelijk huishoudelijke arbeid van lichamelijke aard uitvoert voor de behoeften van de huishouding van de werkgever of van zijn gezin;

– deeltijds leerplichtige: de werknemer die tijdens de periode van deeltijdse leerplicht krachtens een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld is.

 

10769 Overdracht van de doelgroepvermindering

Werkgevers-rechtspersonen waarvan de preëxistente juridische structuur doelgroepverminderingen genoot, kunnen die onder bepaalde voorwaarden blijven genieten (art. 353ter W; zie nr. 10737).

Dat dit niet geldt voor feitelijke verenigingen, is geen schending van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod (GwH 22 december 2011, nr. 194/2011).

2. Doelgroepvermindering (art. 4 §1 en art. 16 KB)

10770Bedragen

Bij de indienstneming van een eerste werknemer geniet de werkgever een doelgroepvermindering bestaande uit een vrijstelling van het saldo van de verschuldigde basiswerkgeversbijdragen na aftrek van de structurele vermindering en de Sociale Maribel (er gebeurt geen pro rata in geval van onvolledige kwartaalprestaties, er geldt wel een ondergrens (zie nr. 10742)). De werkgever geniet de doelgroepvermindering gedurende de volledige duur van de tewerkstelling die een aanvang neemt vanaf het kwartaal dat de werkgever, in de hoedanigheid van nieuwe werkgever van een eerste werknemer, een eerste werknemer in dienst neemt en voor zover de tewerkstelling een aanvang neemt op een datum gelegen tussen 1 januari 2016 en 31 december 2020.

Bij de indienstneming van een tweede werknemer geniet de werkgever een doelgroepvermindering gelijk aan 1.550 euro tijdens maximum 5 kwartalen, 1.050 euro tijdens maximum 4 kwartalen die op de 5 eerste volgen en 450 euro tijdens maximum 4 kwartalen die op de 9 eerste volgen voor zover hij tijdens deze kwartalen minimaal 2 werknemers in dienst heeft (tegelijkertijd of opeenvolgend). De betreffende kwartalen moeten zich in een periode van 20 kwartalen situeren, die een aanvang neemt vanaf het kwartaal dat de werkgever, in de hoedanigheid van nieuwe werkgever van een tweede werknemer (zie supra), een tweede werknemer in dienst neemt. Binnen die periode van 20 kwartalen bepaalt de werkgever zelf de kwartalen waarin hij de vermindering wenst aan te rekenen.

Bij de indienstneming van een derde werknemer bedraagt de doelgroepvermindering 1.050 euro tijdens maximum 5 kwartalen en 450 euro gedurende maximum 8 kwartalen die op de eerste 5 volgen, voor zover de werkgever tijdens deze kwartalen minimum 3 werknemers in dienst heeft (tegelijkertijd of opeenvolgend). De betreffende kwartalen moeten zich in een periode van 20 kwartalen situeren, die een aanvang neemt vanaf het kwartaal dat de werkgever, in de hoedanigheid van nieuwe werkgever van een derde werknemer (zie supra), een derde werknemer in dienst neemt. Binnen die periode van 20 kwartalen bepaalt de werkgever zelf de kwartalen waarin hij de vermindering wenst aan te rekenen.

Bij de indienstneming van een vierde werknemer is de doelgroepvermindering gelijk aan 1.050 euro tijdens maximum 5 kwartalen en 450 euro gedurende maximum 4 kwartalen die op de eerste 5 volgen, voor zover de werkgever tijdens deze kwartalen minimum 4 werknemers in dienst heeft (tegelijkertijd of opeenvolgend). De betreffende kwartalen moeten zich in een periode van 20 kwartalen situeren, die een aanvang neemt vanaf het kwartaal dat de werkgever, in de hoedanigheid van nieuwe werkgever van een vierde werknemer (zie supra), een vierde werknemer in dienst neemt. Binnen die periode van 20 kwartalen bepaalt de werkgever zelf de kwartalen waarin hij de vermindering wenst aan te rekenen.

Bij de indienstneming van een vijfde werknemer is de doelgroepvermindering gelijk aan 1.000 euro tijdens maximum 5 kwartalen en 400 euro gedurende maximum 4 kwartalen die op de eerste 5 volgen, voor zover de werkgever tijdens deze kwartalen minimum 5 werknemers in dienst heeft (tegelijkertijd of opeenvolgend). De betreffende kwartalen moeten zich in een periode van 20 kwartalen situeren, die een aanvang neemt vanaf het kwartaal dat de werkgever, in de hoedanigheid van nieuwe werkgever van een vijfde werknemer (zie supra), een vijfde werknemer in dienst neemt. Binnen die periode van 20 kwartalen bepaalt de werkgever zelf de kwartalen waarin hij de vermindering wenst aan te rekenen.

Bij de indienstneming van een zesde werknemer is de doelgroepvermindering gelijk aan 1.000 euro tijdens maximum 5 kwartalen en 400 euro gedurende maximum 4 kwartalen die op de eerste 5 volgen, voor zover de werkgever tijdens deze kwartalen minimum 6 werknemers in dienst heeft (tegelijkertijd of opeenvolgend). De betreffende kwartalen moeten zich in een periode van 20 kwartalen situeren, die een aanvang neemt vanaf het kwartaal dat de werkgever, in de hoedanigheid van nieuwe werkgever van een zesde werknemer (zie supra), een zesde werknemer in dienst neemt. Binnen die periode van 20 kwartalen bepaalt de werkgever zelf de kwartalen waarin hij de vermindering wenst aan te rekenen.

Voor de werknemers met onvolledige kwartaalprestaties, wordt de doelgroepvermindering proportioneel toegekend, voor zover er een ondergrens (0,275) inzake de globale arbeidsprestaties van de verschillende tewerkstellingen van dezelfde werknemer bij dezelfde werkgever wordt bereikt. In bepaalde gevallen wordt die ondergrens niet gesteld (zie art. 2 2° i KB en nr. 10742). Werknemers die in het kwartaal tenminste 80 % van een volledige voltijdse arbeidsregeling werden tewerkgesteld worden voor de berekening van de doelgroepvermindering gelijkgesteld met een voltijdse werknemer met volledige prestaties.

Concreet wordt voor de berekening van de doelgroepvermindering gebruik gemaakt van de volgende formule:

Pg = G × µ × Beta

Legende:

– Pg = de uiteindelijk toegestane doelgroepvermindering per kwartaal

– G = basisforfait van 400, 450, 1.000, 1.050 of 1.550 euro

– µ = prestatiebreuk van de tewerkstelling (voorbeeld: halftijdse werknemer = ½)

– Beta = multiplicatiefactor wanneer de prestaties onvolledig zijn (die factor kan verschillen naargelang de grootte van de globale tewerkstellingsbreuk van de werknemer in het betrokken kwartaal: als de werknemer in het kwartaal minstens 27,5 % prestaties heeft geleverd maar minder dan 55 %, dan is de factor gelijk aan 1; als de werknemer in het kwartaal minstens 55 % prestaties heeft geleverd maar minder dan 80 %, dan neemt de factor in verhouding toe (zie art. 2 2° i KB)).

 

10771 Schematische weergave

 

Doelgroepvermindering voor eerste aanwervingen

Bij de indienstneming van:

Doelgroepvermindering

een 1ste werknemer

het saldo van de verschuldigde basiswerkgeversbijdragen na de eventuele sociale maribel aftrek en na toepassing van de structurele vermindering

een 2de werknemer

– 1.550 EUR tijdens maximum 5 kwartalen

– 1.050 EUR tijdens maximum 4 kwartalen

– 450 EUR tijdens maximum 4 kwartalen

een 3de werknemer

– 1.050 EUR tijdens maximum 5 kwartalen

– 450 EUR tijdens maximum 8 kwartalen

een 4de werknemer

– 1.050 EUR tijdens maximum 5 kwartalen

– 450 EUR tijdens maximum 4 kwartalen

een 5de werknemer en een 6de werknemer

– 1.000 EUR tijdens maximum 5 kwartalen

– 400 EUR tijdens maximum 4 kwartalen

 

10772 Niet-geïndividualiseerde doelgroepvermindering

De doelgroepvermindering is niet geïndividualiseerd, d.w.z. dat ze niet verbonden is aan een bepaalde werknemer. De werkgever kan dus elk kwartaal vrij kiezen voor welke werknemer(s) hij de vermindering toepast.

3. Uitsluiting (art. 344 W)

 

10773 De werkgever geniet niet van de doelgroepvermindering voor eerste aanwervingen indien de nieuw in dienst genomen werknemer een werknemer vervangt die in de loop van de 4 kwartalen voorafgaand aan de indienstneming in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam is geweest.

Het bestaan van eenzelfde technische bedrijfseenheid dient bepaald te worden op grond van sociale en economische criteria, m.a.w. dezelfde criteria die worden gehanteerd in de context van de sociale verkiezingen. Dit betekent dat nagegaan moet worden of de entiteit waarin de nieuw in dienst genomen werknemer wordt tewerkgesteld, sociaal en economisch verweven is met de entiteit waarin, in de loop van de 12 maanden voorafgaand aan zijn indienstneming, een werknemer werkzaam is geweest die hij vervangt. De omstandigheid dat de uitoefening van eenzelfde economische activiteit, na de stopzetting ervan door een entiteit, slechts na een onderbreking van enkele maanden door een andere entiteit wordt verder gezet sluit het bestaan van een economische verwevenheid tussen beide entiteiten niet uit (Cass. 12 november 2007, S.06.0108.N, Soc.Kron. 2008, 549, noot). Ook de omstandigheid dat een werknemer wiens arbeidsovereenkomst werd beëindigd door een werkgever en vervolgens na een onderbreking van enkele maanden in dienst wordt genomen door een andere werkgever belet niet dat die werknemer in aanmerking wordt genomen om na te gaan of er een sociale verwevenheid bestaat tussen de entiteiten uitgebaat door de beide werkgevers (Cass. 29 april 2013, S.12.0096.N, JTT 2013, 304). Voor de invulling van het begrip “dezelfde technische bedrijfseenheid”, zie Arbh. Brussel 14 juni 2012, JTT 2012, 450 en de aldaar geciteerde rechtspraak.

In zijn administratieve instructies verduidelijkt de RSZ hoe men te werk gaat om na te gaan of er geen sprake is van vervanging in dezelfde technische bedrijfseenheid (www.socialsecurity.be (op de pagina DmfA – Multifunctionele Aangifte)).

4. Tenlasteneming van de administratiekosten verschuldigd aan een sociaal secretariaat (art. 345 W en art. 16bis KB)

 

10774Wanneer de nieuwe werkgever voor de aanwerving van een eerste werknemer geniet van de doelgroepvermindering voor eerste aanwervingen, dan worden de bijdragen voor de administratiekosten die hij, voor de betrokken werknemer, verschuldigd is aan een erkend sociaal secretariaat voor werkgevers, ten laste genomen door de RSZ ten belope van 36,45 euro per kwartaal waarvoor de werkgever effectief de doelgroepvermindering heeft genoten.

Buiten het geval van de aanwerving door een nieuwe werkgever van een eerste werknemer, ontvangen de werkgevers die onder het Paritair comité voor het hotelbedrijf ressorteren en die een beroep doen op een erkend sociaal secretariaat, van de RSZ een tussenkomst in de administratiekosten verschuldigd aan dat sociaal secretariaat, ten belope van 10 euro per kwartaal en per voltijds equivalente werknemer (KB 30 april 2007 houdende uitvoering van artikel 345 §2 van de programmawet (I) van 24 december 2002).

Per kwartaal in de loop van de eerste maand van het tweede kwartaal dat volgt stelt de RSZ het bedrag vast dat aan elk erkend sociaal secretariaat voor werkgevers is verschuldigd aan de hand van de binnen de wettelijke termijn ingediende kwartaalaangiften.

Bij het verstrijken van die maand maakt de RSZ een kredietnota over aan het erkend sociaal secretariaat voor werkgevers.

Het bedrag verschuldigd voor een kwartaal op basis van de laattijdig ingediende kwartaalaangiften of aan de hand van de verbeterde kwartaalaangiften wordt opgesteld in de loop van de eerste maand van het tweede kwartaal dat volgt op dat van de ontvangst of de verbetering ervan. Een kredietnota wordt overgemaakt bij het verstrijken van die maand.

Na ontvangst van het akkoord van het erkend sociaal secretariaat voor werkgevers betreffende het bedrag van de kredietnota stort de RSZ dit bedrag op het krediet van het sociaal secretariaat bij bpost.